 |
Bill de beelddenker,
Hij kwam bij me in groep 4. Het was hem niet gelukt om zijn reken, spellings- en leesniveau te verbeteren. Hij kon met zulke niveau's niet naar groep 5. Ondanks zijn extra inspanningen op school en thuis.
Hij had afscheid moeten nemen van zijn vrienden uit de groep en hij kwam verdrietig binnen.
Deze jongen gaf in de loop van het jaar tekenlessen aan de rest van de kinderen uit de groep. Hij vond het beter om alle kinderen op de grond te laten werken met grote bladen en houtskool. Hij leerde de kinderen om mensen achter elkaar te tekenen en in beweging. Het logo van Kind Centraal ontwierp hij.
Hij was ook gek op muziek. Alle nummers van Robbie Williams werden woordelijk nagezongen en de act werd feilloos geïmmiteerd. Hij was dan Robbie himself. De kinderen waren zijn publiek en hadden groot respect voor hem.
Op de dag dat Herman Brood sprong, gaf hij als verjaardagscadeau een net-echt schilderij van deze schilder. Hij liep exposities af, bestudeerde de techniek, en probeerde het na te maken. Ook dit schilderij kreeg een koe en een stempel, zoals Herman dat deed. Het schilderij, dat in mijn kamer hangt, is een blikvanger en kenners zijn onder de indruk.
Maar….het onderwijs stelt andere eisen, waaraan hij moest voldoen. De tafels van 2,5,en 10 moet je in groep 4 wel kennen. Laat staan….als je voor de tweede keer in groep 4 zit.
Het lezen kwam maar moeizaam op gang. Woorden werden niet zonder spellingsfouten geschreven.
Nu weet ik beter; Bill is een beelddenker. Bill is niet dom. Bill is erg slim en erg knap. Bill leert alleen anders.
Hoe leert een beelddenker anders
Waar een leerkracht vooral geleerd heeft om in taal (praten, schrijven, lezen) te doceren, te instrueren, te verbeteren en te controleren leert het beelddenkende kind vooral ziend, bewegend, samenwerkend en voelend. Hij denkt vooral ruimtelijk.
In de kleutergroepen is dit nog mogelijk en leert het kind op die manier.
Ook daar zit een kind echter vaak té lang in een kring en op een stoel. De problemen voor beelddenkers worden daar vaak al zichtbaar. Alleen worden zij niet als zodanig herkend.
We kennen allemaal het kind, dat op zijn stoel wiebelt, stoort met grappen, niet mee wil doen met rijmpjes opzeggen en niet mee lijkt te doen. Het kind dat wegdroomt, geen mooie volzinnen maakt en niet op woorden komt.
In de hogere groepen neemt taal het bijna helemaal over.
De leerkracht neemt stelling voor in de klas en van daaruit wordt mondeling uitgelegd, gewaarschuwd, en instructie gegeven. Voor de beelddenker starten de zichtbare problemen meestal in groep 3, waar het automatiseren niet goed op gang komt, waar het werktempo laag ligt, waar het veel om zich heen kijkt en waar veel leerkrachten niet snappen, waarom het kind niet luistert.
De taalles, de aardrijkskundeles en de verkeersles zijn vaak lees-, schrijf en spellingslessen geworden.
Behalve dat het de leerkracht vaak steeds meer stoort, begrijpt ook het kind niet veel meer van zichzelf en zijn omgeving. Dit is niet bevorderlijk voor het ontwikkelen van een postitief zelfbeeld.
Gelukkig worden in veel groepen drie de aangeleerde letters en cijfers visueel ondersteund met plaatjes of foto's. Sterker zou het nog zijn als de liedjes, bijbehorend bij de methode, gezongen worden en de spelletjes worden aangeleerd. Deze doen meestal een beroep op het kinsethetisch, muzikaal of visueel geheugen. Ook bij Bill waren die talenten sterk ontwikkeld.
Helaas vormen deze oefeningen vaak het sluitstuk van de activiteiten en valt dat als eerste weg, wanneer een leerkracht in tijdnood komt. Ik weet het…ik deed het ook.
TIP 1: Leer het ALFABET aan en ondersteun klanken met gebaren.
Leerstijlen van grote en kleine kinderen:
Elk mens leert. De stijl of voorkeur voor leren kan variëren. Er zijn 8 leerstijlen:
- Verbaal-linguïstisch (in kindertaal: woordknap)
Taal: poëzie, spelling, lezen, verhalen
- Logisch-mathematisch (in kindertaal: rekenknap)
logisch denken, cijfers, experimenteren
- Visueel- ruimtelijk (in kindertaal: beeldknap)
tekenen, schilderen, architectuur, vormgeven
- Muzikaal- ritmisch (in kindertaal:muziekknap)
muziek luisteren, maken, componeren, herkennen
- Lichamelijk- kinesthetisch (in kindertaal: beweegknap)
lichamelijke inspanning, knutselen, toneel, dans
- Naturalistisch (in kindertaal: natuurknap)
dieren, planten, verzamelen, ordenen, natuurverschijnselen
- Interpersoonlijk (in kindertaal: mensknap)
zorgen voor mensen, vrienden, leiding geven
- Intrapersoonlijk (in kindertaal: zelfknap)
eigen gevoelens, dromen, alleen zijn, fantasieën
Op school worden leerstijlen 1 en 2 voornamelijk benut. Beelddenkers leren juist anders beter en sneller.
De voorkeur voor leren is de ingang naar een veranderde aanpak. Als een kind op het gebied van lezen, spelling en rekenen (automatiseren) problemen heeft op het gebied van het auditief geheugen, het schrijven of het volgen met de ogen, dan is het raadzaam om te gaan zoeken naar de leerstijlen van het kind. Zingend rekenen, kleiend lezen en klimmend tafels oefenen kan tot verrassende resultaten leiden. Het kind kan vaak perpect aangeven hoe het wél graag leert.
Tijdens het beelddenkonderzoek wordt o.a. gezocht naar voorkeuren voor leren.
Op onderstaande foto zit Tim op de voorgrond. Een zevenjarige jongen, die muzikaal opviel door zijn enorm ritmegevoel. Hij wilde toen al op het podium staan. Hij had net als Bill automatiseringsproblemen, was faalangstig en deed zijn uiterste best. Hij was dol op de boeken van Roald Dahl. Hij las ze zelf niet, maar de meester in een hogere groep las altijd voor. De muziek werd zijn werk.
(Haagse band: DI-RECT: www.di-rect.com).
TIP 2: Lees voor en laat het kind meekijken in het boek, terwijl je de woorden aanwijst.
Beelddenker Escher:
Kenmerken van beelddenkers:
Het loopt niet leker op school, maar niemand verwacht dat. Het kind is immers slim.
Uw kind komt met hele bijzondere oplossingen op problemen.
Uw kind kijkt omhoog (naar rechts of naar links) als het moet nadenken.
Heeft uw kind moeite met het omschrijven van belevenissen of benoemen van zaken. 'dinges', 'ergens', 'je weet wel'.
'het is zo vol in mijn hoofd'
Niet kunnen onthouden wat rechts en links is (auto leren rijden wordt al moeilijk)
Creatief, verrassend, snel en flexibel zijn in denken, vindingrijk en gevoel voor humor
Moeite met tijdsbegrip (klokkijken, plannen, aan afspraken houden)
Moeite met technisch lezen (letterlijk lezen), maar wel de inhoud snappen (begrijpend lezen)
Zegt de school wel eens dat uw kind onoplettend en ongeïnteresseerd is?
Geen luisterhouding
Een levendige fantasie en in een andere wereld lijken te zijn (dagdromen)
Als er wordt gevraagd hoe hij of zij iets weet, is het antwoord vaak: dat weet ik gewoon, dat zie ik zo .... ?
TIP 3: Laat het kind een verhaal tekenen om vervolgens in woorden om te zetten.
|
 |
 |