 |
Ik zie ik zie wat jij niet ziet...

Veel kinderen met lees-, schrijf- en leerproblemen hebben moeite met de visuele informatie-opname en/of verwerking. Ouders en leerkrachten houden meestal geen rekening met het verband tussen beide. Vaak zijn de ogen namelijk al eerder getest zonder dat er iets bijzonders is ontdekt. Bij een standaardoogmeting wordt onderzocht of de ogen gezond zijn en of de gezichtsscherpte voor veraf in orde is. Uiteraard is zo'n onderzoek belangrijk. Minstens zo belangrijk echter is het onderzoek naar de kwaliteit van de samenwerking van de ogen en verwerking van de visuele informatie.
Wanneer de ontwikkeling van de visuele vaardigheden bij kleuters achterblijft, is dit te herkennen aan:
- Concentratieproblemen
- Onrustig en druk zijn
- Uitgeblust uit school komen
- Snel gefrustreerd zijn bij motorische activiteiten
- Een slechte ontwikkeling van de grove en fijne motoriek
- Angst voor klimmen, springen en ballen
Vanaf groep 3 kunnen hier de volgende problemen bij komen:
- Te korte werkafstand (met de neus in het boek zitten)
- Fysieke onrust (voornamelijk tijdens het lezen en schrijven)
- Leesproblemen (ook onnodig lang bijwijzen)
- Hoofdpijn
- Branderige ogen
- Wrijven in de ogen
- Aan het einde van een oefening slordiger schrijven en onlogische fouten maken
- Druk of juist dromerig zijn
Middelbare scholieren kunnen ook visuele disfuncties hebben, zonder dat dit wordt gemerkt. Met name de meer dan gemiddeld intelligente leerlingen kunnen door het bedenken van ezelsbruggetjes hun visuele tekortkomingen tot zelfs in de bovenbouw verborgen houden voor de buitenwacht. Zo komt het voor dat kinderen in klas 1 en 2 talen auditief aanleren. Ze komen in de problemen wanneer ze zelfstandig moeten gaan werken. Er wordt dan veel meer aanspraak gemaakt op de visuele vaardigheden en de kinderen kunnen niet meer auditief compenseren.
Welke signalen geven zij af:
- Slordig en haast onleesbaar handschrift
- Concentratiegebrek
- Vage klachten zoals bijvoorbeeld hoofdpijn en wazig zien
- Leesproblemen
- Verminderde grove en fijne motoriek
- Snel vermoeid zijn
- Onrust, niet stil kunnen zitten
Vooral docenten lichamelijke oefening, talen en wiskunde kunnen vroegtijdig kenmerken signaleren.
We zien onder de gymles:
- Bang voor de bal zijn
- Onhandigheid zoals botsen
- Hoogte-, en dieptevrees
We zien bij talen:
- Slordig, onleesbaar of houterig handschrift, wat bij langer schrijven steeds onduidelijker wordt
- Bij schrijven zweven boven de lijnen
- Problemen met tekstbegrip
- Zwakke concentratie
- Spellingsproblemen.
- Moeiteloos langere ingewikkelde woorden schrijven en lezen, maar juist kleinere woorden (b.v. voegwoorden) overslaan
- Leessnelheid blijft achter
- Motivatieproblematiek
We zien bij wiskunde dat een kind bij de FO-kubustest 'door de mand valt'. Wanneer kinderen een driedimensionaal figuur op een tweedimensionaal vlak moeten tekenen, lukt dat niet. Dit gebeurt vooral wanneer kinderen moeten tekenen op een blanco vel, om het houvast van de ruitjes te elimineren. Kinderen die het ruimtelijk zien niet goed hebben ontwikkeld van hun zesde tot hun twaalfde levensjaar zullen niet in staat zijn de kubus op een normale wijze over te nemen. Het gaat onder andere fout bij de diepteribben. De onzichtbare ribben van de kubus dienen gestippeld te worden weergegeven. Een lichaamsdiagonaal (een diagonaal die loopt van een hoekpunt op het voorvlak naar een hoekpunt op het achtervlak) kan de test alleen maar verzwaren.
Het komt voor dat ten onrechte aan dyslexie wordt gedacht, terwijl het eigenlijk om visuele problemen gaat. De verschijnselen lijken immers erg op elkaar. Kinderen kunnen bijvoorbeeld veel moeite hebben om de ogen soepel een regel te laten volgen, of het kost hun ogen moeite niet dubbel te zien. Zulke kinderen leren onvoldoende vertrouwen op visuele informatie en zijn snel afgeleid. Dat bemoeilijkt het goed ontwikkelen van een visueel woordbeeld aanzienlijk. Zulke visuele problemen zijn in de meeste gevallen goed op te lossen. Bij vermoeden van dyslexie is daarom een optometrisch onderzoek aan te raden. Vaak kunnen door aangeboden oplossingen lees- en leerproblemen al aanzienlijk verminderd worden.
Door middel van de bioptortest en de vragenlijst kan worden vastgesteld of de genoemde problemen inderdaad een mogelijke visuele oorzaak hebben. Het invullen van de vragenlijst kan bij jonge kinderen het beste samen met de ouders worden gedaan.
Kind Centraal is vanaf heden gecertificeerd aanbieder van de Bioptor Vision Screening Test. De Bioptor is een hulpmiddel voor visuele screening, dat eventuele afwijkingen in het visuele systeem snel en eenvoudig aan het licht brengt. Wanneer er een samenhang is van klachten en afwijkende Bioptorscores (aangetekend op specifieke scorekaarten) dan is een verder onderzoek door de functioneel optometrist zeker aan te raden. Wij verwijzen u dan door.
Kosten voor een dergelijk (voor)onderzoek bij Kind Centraal zijn vastgesteld op €70,00. deze oogtest kan samen met het beelddenkonderzoek plaatsvinden of apart worden aangevraagd.
Wij werken samen met erkende Functioneel Optometristen.
Voor meer informatie: www.info-fo.nl
|
 |
 |